Veldproeven  en demostroken


Demonstratieproef 2014

Uit de resultaten van de uitgevoerde proeven in 2012 en 2013 in consumptieaardappelen is gebleken dat rijenbemesting bij aardappelen niet leidt tot een efficiëntere benutting van mineralen uit organische mest. De oorzaak hiervoor is dat bij de teelt van aardappelen bij het poten (en aanaarden) grond naar de rug toe wordt gebracht. Dat geldt ook voor de mineralen in de grond.

Rijenbemesting met de vloeibare stikstofmeststof Urean leidt wel tot een efficiëntere benutting in vergelijking met volvelds toepassen van Urean voor poten. Dit vertaalt zich in een trend naar een hogere opbrengst.

Om beter inzicht te krijgen in de opbrengst bij toepassing van Urean in de rij met een volvelds basisbemesting met organische mest is in 2014 een demonstratieproef aangelegd in aardappelen. In de demonstratieproef is het effect van rijenbemesting in aardappelen met Urean in verschillende doseringen onderzocht. De rijenbemesting met Urean is vlak voor aanbouwen van de rug uitgevoerd. Daarvoor is een rijenbemester gebruikt met 2 kouters per rug. De meststof werd zo 8 cm links en rechts van de knol en 5 cm dieper dan de knol in de grond gebracht.plaatsingUrean

Het gewas is tijdens het groeiseizoen beoordeeld op gewasstand. Aan het eind van het groeiseizoen is de mate van afsterving van het loof beoordeeld.

De aardappelen zijn eind september machinaal geoogst. Per veldje is het oogstproduct gesorteerd en van elke sortering is het gewicht bepaald. Ook is het onderwatergewicht en het knolaantal bepaald.

Van alle objecten is bij sorteren een mengmonster van de herhalingen gemaakt. Van dit mengmonster is de hoeveelheid stikstof in de drogestof van de knol bepaald.

Demonstratiestroken praktijk 2014

In 2014 zijn op praktijkpercelen aardappelen in Libeek en Bruisterbosch demonstratiestroken rondom rijenbemesting in aardappelen aangelegd. Daarnaast is op een perceel mais in Maastricht een demonstratiestrook rijenbemesting met dierlijke mest aangelegd. In deze demonstratiestroken zijn ook stroken met Bokashi van tarwestro en Bokashi van korrelmaisstro opgenomen.

Proeven 2013

Net als in 2012 zijn de veldproeven aangelegd in de gewassen aardappelen en mais. In overleg met de deelnemers aan het praktijknetwerk zijn de objecten aangepast. De aanpassingen zijn doorgevoerd op basis van de ervaringen en resulaten van 2012. De resultaten zijn aan de hand van een flyer en poster gepresenteerd op diverse bijeenkomsten.

Aardappel

Bij aardappelen is dezelfde hoeveelheid Varkensdrijfmest volvelds en in de rij toegediend. De rijenbemesting met organische mest is op 2 dieptes geplaatst. Bovendien is variatie aangebracht in de hoeveelheid Urean die als bijbemesting is gegeven.  Rijenbemesting Urean_2

De rijenbemesting met Urean is een week na poten uitgevoerd met een zelf gebouwde machine van PPO-WUR. De meststof wordt op een diepte van 15 cm in de rug gebracht en is ca. 10 cm onder en 4 cm links van de knol terecht gekomen.

Gedurende de looptijd van de proef zijn diverse gewaswaarnemingen en metingen uitgevoerd. Het nitraatgehalte in het plantsap is gemeten en het gewas is gemonitord m.b.v. sensortechniek en spectraalbeelden. Tijdens de teelt is de grond bemonsterd op nitraat, na de oogst is op 3 dieptes bemonsterd.

Mais

In de maisproef is gekeken of rijenbemesting met organische mest leidt tot een verbetering van de opname van stikstof en fosfaat. Dit zou moeten leiden tot een hogere opbrengst. Er is ook gekeken of met een verlaging van de mestgift in de rij de opbrengst en kwaliteit van de mais op hetzelfde niveau blijven als bij een hogere gift, volvelds toegediend. Behalve objecten met snijmais, zijn ook objecten met korrelmais aangelegd.

De organische bemesting is zowel volvelds als in de rij uitgevoerd. Bijbemesting met KAS is in de rij uitgevoerd. Ligging mest onder zaaizaad

In de proef zijn verschillende N-trappen aangelegd.

Na zaaien is vastgesteld wat de afstand was tussen mest en zaad. Gemiddeld lag de mest 15 cm dieper dan het zaaizaad.  Tijdens het groeiseizoen zijn diverse gewaswaarnemingen uitgevoerd. Er is een opkomsttelling gedaan, de stand van is beoordeeld en de lengte van het gewas na de bloei is gemeten. Ook in de maisproef is de voorraad stikstof in de bodem tijdens het groeiseizoen bemonsterd. Na de oogst op 5 november 2013 is de stikstofvoorraad vastgesteld in 3 lagen.

Bij de oogst is ieder veldje bemonsterd. De monsters zijn geanalyseerd op voederkwaliteit. Van alle objecten is de silageopbrengst vastgesteld. Bij de korrelmaisobjecten is ook de korrelopbrengst bepaald.

Demostroken praktijk 2013

Parallel aan de veldproeven zijn in 2013 ook demostroken aangelegd in praktijkpercelen. De demostroken zijn aangelegd in aardappel, snijmais en korrelmais.

Aardappel

In aardappel zijn stroken aangelegd met volvelds bemesting en rijenbemesting. Er is gevarieerd in stikstofbemestingsniveau en in plaatsing van de Urean met rijenbemesting; Urean in 2 rijen aan 2 kanten van de poter versus in 2 rijen direct onder de poter.

Na opkomst bleek het pootgoed van slechte kwaliteit te zijn met als gevolg veel weggevallen planten. Er kon daarom geen goed beeld verkregen worden van het effect van de verschillende objecten.

Mais

In een perceel snijmais zijn stroken aangelegd met volvelds en rijenbemesting van de basis bemesting met runderdrijfmest. In de rijenbemesting is gevarieerd met de hoeveelheid mest. De bijbemesting is in de rij uitgevoerd met Maismaster waarbij 1 strook geen bijbemesting heeft gehad na de basisbemesting. Daarnaast is een strook aangelegd met gangbare praktijk.

In een perceel korrelmais zijn stroken aangelegd met volvelds en rijenbemesting van de basis bemesting met varkensdrijfmest. In de rijenbemesting is gevarieerd met de hoeveelheid mest. De bijbemesting is in de rij uitgevoerd met KAS waarbij 1 strook geen bijbemesting heeft gehad na de basisbemesting. Voorafgaand aan de bemesting is het perceel bewerkt met een schijveneg, vervolgens zijn 4 stroken niet kerend bewerkt met een woeler (diepte 20 cm) en een rotorkopeg (diepte 8 cm). Op 2 stroken is geen verdere grondbewerking uitgevoerd, deze zijn bemest met een strip-till bemester (diepte 20 cm).

Proeven 2012

In 2012 zijn veldproeven aangelegd in de gewassen aardappelen en snijmais. Beide proeven zijn inmiddels geoogst en de Resultaten zijn verwerkt. De resultaten zijn gepresenteerd tijdens diverse bijeenkomsten. De gebruikte flyer en poster zijn hier te bekijken.

De aardappelproef is aangelegd op Proefboerderij Wijnandsrade. In de proef is verschil gemaakt tussen volvelds aanwenden van organische mest met een schijveneginjecteur en toediening in de rij met een bouwlandinjecteur. Voor het poten is volvelds KAS en Urean toegediend en is er geexperimenteerd met verschillende doseringen in de rij. Bovendien is op 1 object mineralenconcentraat toegediend.

IMG 0565 web

In de maisproef, aangelegd op een praktijkperceel, is organische mest in de rij en volvelds toegediend. Aanvullend zijn verschillende doseringen KAS in de rij gegeven. In 1 object is alleen organische mest in de rij toegediend.

In de aardappelproef zijn tijdens het groeiseizoen diverse metingen gedaan; zo zijn in de verschillende objecten bladsteeltjesmonsters genomen. Aanvullend zijn ook gewasopnamen gemaakt met behulp van sensor- en infraroodtechnologie.

Zowel in de aardappel- als in de maisproef zijn tijdens de teelt grondmonsters genomen en geanalyseerd op stikstofvoorraad. Na de oogst zijn opnieuw monsters genomen en ditmaal op verschillende diepten zodat een beeld verkregen wordt hoe de stikstof zich door de bouwvoor beweegt.