Resultaten


De resultaten van de proeven en praktijkstroken worden hier kort weergegeven. Voor een volledig verslag wordt verwezen naar de verschenen rapportages:

Rapportage 2012, rapportage 2013, rapportage 2014

Demonstratieproef 2014

In de demonstratieproef lag een object KAS volvelds en Urean volvelds. De 4 objecten rijenbemesting Ureanzijn met resp. 125%, 100%, 75% en 50% van de Ureandosering bemest.

Bij de gewasbeoordelingen in juli en augustus bleken de beide volvelds objecten en Urean 50% rijenbemesting een slechtere stand en verder afgestorven (augustus) te zijn dan bij de andere rijenbemestingsobjecten. Bij rijenbemesting met Urean is een toename in de afsterving waarneembaar bij een afname van de stikstofgift.

Tijdens het groeiseizoen en na de oogst is de voorraad aan minerale stikstof vastgesteld. Het object bemest met 50% van de stikstofgift in de rij en de volveldsobjecten hebben steeds de laagste voorraad minerale stikstof. Het object volvelds bemest met Urean blijft daarbij achter. De voorraad minerale stikstof na de oogst neemt af bij een afnemende stikstofgift in de rijenbemestingsobjecten.

opbrengst2014

Tussen de objecten bestaat ook in 2014 geen significant verschil in opbrengst. Opvallend is wel dat de objecten met rijenbemesting, met uitzondering van het object Urean rij 50%, een hogere opbrengst geven dan de volvelds objecten. Het object Urean rij 50% geeft een zelfde opbrengst als het object Urean volvelds 100%.

De rijenbemestingsobjecten Urean 75%, 100% en 125% hebben een significant hoger gewichtspercentage in de sortering > 70mm.

Het onderwatergewicht (OWG) van het object Urean 125% is vergelijkbaar het OWG van het object KAS volvelds en blijft daarmee achter bij de OWG van de overige rijenbemestingsobjecten.

In 2014 is vastgesteld wat de N-afvoer van het oogstproduct in kg/ha is geweest. Het object met de hoogste gift Urean in de rij (125%) heeft ook de hoogste stikstofinhoud in de droge stof. De N-afvoer is hier ook het hoogste, de aanvoer is hier ook hoger geweest. Het verschil tussen aanvoer en afvoer is echter het hoogste bij het object Urean volvelds, dit wordt veroorzaakt door de achterblijvende opbrengst.

De objecten Urean rijenbemesting 100% en 75% laten het laagste verschil tussen aanvoer en afvoer (kg N/ha) zien in combinatie met de hoogste bruto en netto opbrengst en OWG. Bij het object Urean rijenbemesting 125% is het verschil tussen aanvoer en afvoer groter, er blijft dus meer achter dan bij Urean rijenbemesting 100%. Dit blijkt ook uit de metingen van voorraad minerale stikstof na de oogst.

Praktijkstroken 2014

Aardappel

De resultaten van de praktijkstroken aardappel lieten een wisselend beeld zien. In Libeek waren bijv. wel verschillen in gewasstand en kleur waar te nemen, bij de stroken in Bruisterbosch was dat niet het geval. De opbrengst van de rijenbemestingstroken in Libeek leken achter te blijven bij de volvelds bemeste stroken. Dit komt niet overeen met de resultaten van de proeven. De opbrengsten in Bruisterbosch (allemaal rijenbemesting) waren juist weer erg hoog.

Een verklaring voor de verschillen kan mogelijk gevonden worden in de wijze van toepassing van Urean in de rij en dan vooral de plaatsing van de kunstmest. In de demonstratiestroken in Libeek is de Urean op een plaats onder de aardappelrug gepositioneerd. Het lijkt erop dat de plant deze stikstof in depot niet makkelijk kan opnemen.

Proeven 2013

Aardappel

De verzamelde gegevens zijn verwerkt en geanalyseerd. Net als in 2012 bestaat de indruk dat toediening van varkensdrijfmest in de rij voor aardappelen geen positief effect heeft op de opbrengst. Rijenbemesting met Urean lijkt dat wel te hebben.

 opbrengst aardappel 2013

Rijenbemesting met varkensdrijfmest leidt wel tot een lager hoeveelheid nitraat die achterblijft na de oogst in de laag 0-90 cm. Dat wordt vooral veroorzaakt door lagere voorraden in de laag 0-30 cm.

Nmin_oogst_aardappel2013

Mais

De gewaswaarnemingen die in mais uitgevoerd zijn, lieten geen verschillen zien tussen de verschillende objecten. Ook in de vers- en drogestofopbrengsten werden geen, significant betrouwbare, verschillen gemeten. Wel werd geconstateerd dat de korrelopbrengst bij de laagste mestgift (15 m3/ha VDM + 100 kg/ha KAS) met 1050 kg ds/ha afnam.

Uit de voederwaardeanalyse blijkt dat er ca. 10% verschil zit in de hoogste en laagste VEM en VEVI waarden van de objecten. Volvelds organische mesttoediening gaf lagere VEM-waarden maar een hogere structuurwaarde. Rijenbemesting met organische mest liet hogere VEM-waarden zien, de laagste gift gaf de hoogste waarden.

In 2012 is geconstateerd dat een hogere stikstofgift in de rij resulteerde in een hoger ruw eiwitgehalte. Dat beeld was in 2013 veel minder duidelijk. Wel duidelijk is dat rijenbemesting met organische mest resulteert in een hoger ruw eiwitgehalte dan wanneer de organische mest volvelds toegediend wordt.

Ook in de maisproef zijn de stikstofvoorraden in de bodem na de oogst gemeten. In onderstaande figuur zijn de resultaten te zien.

 Nmin 2013 na maisoogst

Aardappelproef 2012

 

De resultaten van de aardappel- en maisproef van 2012 worden momenteel verwerkt. 

Een presentatie van de tussentijdse resultaten is gegeven tijdens de demonstraties in september in Vredepeel en Wijnandsrade. 

Klik op deze link om de poster te bekijken.