Initiatief

Het Praktijknetwerk Rijenbemesting Zuid-Limburg is in de periode 2012 tot maart 2015 gevormd rond een tiental akkerbouwers en veehouders die een systeem van rijenbemesting op wilden zetten dat ook onder Zuid-Limburgse omstandigheden voldoet. Door het combineren van conventionele techniek met de meest nauwkeurige positiebepaling in de vorm van RTK-GPS is geprobeerd een systeem te ontwikkelen dat bruikbaar is in de praktijk. De verwachting was dat op deze manier de aangevoerde mineralen beter benut kunnen worden en dat het risico op uit- en afspoeling van met name nitraat verder verkleind wordt.

Voor positiebepaling is RTK-GPS het meest nauwkeurige beschikbare systeem. Onbekend was echter of toepassing van een effectieve rijenbemesting met behulp van RTK-GPS mogelijk is in het kenmerkende Zuid-Limburgse heuvellandschap. Toepassen van rijenbemesting was onder dergelijke omstandigheden nog niet eerder uitgevoerd en de vraag was of dit voldoende nauwkeurig zou werken in de praktijk. In het praktijkonderzoek moest duidelijk worden welk systeem van rijenbemesting rendabel toegepast kan worden; organische mesttoediening, kunstmesttoediening of beide.

De vragen die de deelnemers aan het samenwerkingsverband bij de start van het project hadden waren de volgende:

  • Is het mogelijk om door toepassing van rijenbemesting op basis van het nauwkeurige RTK-GPS te komen tot een efficiënter stikstofgebruik (minder uitspoeling, betere benutting) in Zuid-Limburg?

  • Kan zowel de toediening van organische mest als van kunstmest door rijenbemesting uitgevoerd worden?

  • Wanneer rijenbemesting m.b.v. RTK-GPS mogelijk is, is het dan ook mogelijk om een totaalsysteem van zaaien-poten-bemesten op deze manier uit te voeren?

De doelstelling van het praktijknetwerk Rijenbemesting Zuid-Limburg luidde: ”Verhoging van de efficiëntie van N-gebruik door het toepassen van een optimaal systeem van rijenbemesting. Binnen het totaalsysteem wordt op basis van RTK-GPS bemest en indien mogelijk ook gezaaid en gepoot. Dit moet leiden tot een duurzame en rendabele bedrijfsvoering, vermindering van de uit- en afspoeling van nitraat en een verbetering van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater.“